Accountmanager Luchtvaart Rob Koole: “In 45 jaar geen dag met tegenzin naar mijn werk”
Rob Koole is 63. Al 45 jaar draagt hij het blauw. Het begon met een handgeschreven briefje op de camping. In 1980 zou hij naar de politieschool in Harlingen gaan, maar een dag van tevoren brak hij tijdens het voetballen zijn enkel. Bij de herkansing van de sporttest brak dezelfde enkel opnieuw. Einde verhaal, dacht hij.
Tot er in juli 1981 een briefje op het mededelingenbord bij de receptie op de camping hing: “Rob Koole. Je mag op 17 augustus in Harlingen komen. Proficiat!” Een maand later zat hij in Harlingen. Daarna ging hij naar de Rijkspolitie in Diemen, tussen Amsterdam-Oost, het Ajax-stadion en de Bijlmer. “Druk, roerig. Lekker werken.” Twee jaar later stond hij in de krant. In september 1983 brak brand uit in een flat aan het Julianaplantsoen in Diemen. Hij was op zoek naar evt. bewoners, maar de vlammen kwamen hem tegemoet. Uiteindelijk sprong hij van het balkon op de eerste verdieping.
Na zeven jaar in uniform maakte hij de overstap naar de recherche. Drie jaar later werd hij daar coördinator. De grote reorganisatie naar de regiokorpsen vond plaats in 1991 en 1992. Rob maakte die niet mee. Hij zat op de Antillen voor een embargo-onderzoek.
Dat Rob tijdens de reorganisatie op de Antillen verbleef bleek geen nadeel. “Er was daarna geen afdeling of chef die op mij zat te wachten. Daardoor werd ik voor allerlei dingen gevraagd die op mijn pad kwamen.” Dat pad slingerde. Elke paar jaar iets totaal anders. Niet omdat hij het zo plande, zegt hij zelf. “Ik was een aantal malen op het juiste moment op de juiste plaats. En natuurlijk moet je de capaciteiten hebben, anders word je niet gekozen. Maar het zat mij niet tegen.”
Het waren jaren vol bijzondere situaties. Eén onderzoek is hem in het bijzonder bijgebleven vanwege de uitzonderlijke omstandigheden. Het team verbleef onder de radar op Curaçao. Rechtstreeks naar Sint Maarten vliegen kon niet; dan wist men dat op Sint Maarten meteen. Daarom ging het anders: om het afbreukrisico zo klein mogelijk te houden met een defensietoestel naar het defensiedeel op de luchthaven van Puerto Rico, vervolgens met een klein toestel naar Anguilla, een nacht in een gehuurd huis, en ’s ochtends vroeg met de politieboot naar Sint Maarten. Huiszoekingen uitvoeren, administratie veiligstellen en vervolgens terug met een marineschip. Vierentwintig uur varen, terwijl financiële rechercheurs onderweg al documenten bestudeerden. “Vierentwintig uur op zo’n schip, dat was en mooie ervaring. Maar het bijzondere was vooral de samenwerking. Iedereen deed wat hij moest doen.”
Daarna keerde Rob terug naar Nederland. Vanuit daar ondersteunde hij nog vijf jaar lang vanuit Nederland, de rechercheteams (RST) op Sint Maarten, Aruba, Curaçao, zowel op het gebied van werving en selectie, bedrijfsvoering maar ook operationeel.
“Werken met andere culturen verrijkt je. Je moet elkaar respecteren, je aanpassen en toch samen het maximale uit de samenwerking halen. Dat was een mooie uitdaging.”
Miami, met een koffer die altijd klaarstond
In 2002 volgde een periode van vier jaar als liaison officer in Miami, met het noordelijk Caribisch gebied en het zuiden van de Verenigde Staten als werkgebied.
Als liaison ben je de verbindende schakel tussen de Nederlandse opsporingsdiensten en de politie en justitiële autoriteiten ter plaatse. Als er in Nederland een onderzoek liep waarvoor er bijvoorbeeld op de Bahama’s huiszoekingen moesten worden verricht, of wanneer een koerier in Miami werd aangehouden die Nederlandse collega’s wilden verhoren, dan zorgde Rob ervoor dat verzoeken via de officiële kanalen vlot verliepen en dat collega’s goed werden begeleid. In deze periode werd hij met zijn gezin geconfronteerd met drie orkanen, waaronder Katrina. De ervaring om dagenlang zonder elektriciteit en andere voorzieningen te moeten functioneren, is hen dan ook niet vreemd.
Van meldpunt tot de Antillen
Na die eerste Antillenperiode kwam Rob terecht bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, waar hij van 1994 tot 1996 werkte. Financiële instellingen moesten daar melding maken van ongebruikelijke transacties. Binnen het meldpunt werd beoordeeld welke transacties daadwerkelijk verdacht waren en werden doorgestuurd naar de politie. Het meldpunt viel niet onder de politie, maar onder het ministerie van Justitie. Na twee jaar begon het goed te lopen en diende zich een keuze aan: blijven betekende overstappen naar Justitie en afscheid nemen van de politie. “Maar dat wilde ik niet. Werken bij de politie had mijn voorkeur, dus daar bleef ik bij.”
Kort daarna werd hij benaderd voor een tweede uitzending naar de Antillen, dit keer als tactisch coördinator, samen met collega’s en hun gezinnen. Het rechercheonderzoek duurde daar anderhalf jaar.
Opsporing Verzocht en Amber Alert
Terug in Nederland kwam Rob in 2006 terecht bij Team Opsporingsberichtgeving en het Landelijk Bureau Vermiste Personen. In 2008 kreeg hij de kans om Amber Alert binnen Politie Nederland te implementeren, het landelijke alarmsysteem voor vermiste kinderen in levensgevaar dat mede door profiler Carlo Schippers en een narrow castingbedrijf was ontwikkeld.
Elf jaar lang was hij politieproducent. Hij verzorgde de politieberichten achter het journaal, opsporingsberichten voor Hart van Nederland en vooral Opsporing Verzocht. Samen met rechercheteams en het OM nam hij onderzoeken door. Wat wil je met media-aandacht bereiken? Welke informatie hoop je binnen te halen? Drie of vier reconstructies per uitzending waren geen uitzondering. Opnamedagen vonden plaats door het hele land, van Groningen tot Middelburg. “Je hebt dan de regie, van voorbespreking tot en met de uitzending. Met figuranten van het castingbureau, of opa’s en oma’s van collega’s. Of je staat een zaak uit juli na te spelen in de sneeuw. Dat zijn leuke uitdagingen. Het was een mooie tijd.” Na elf jaar, waarin hij twintig tot vijfentwintig uur per week in de auto zat, vond hij het tijd voor minder uren op ‘s lands snelwegen.
De manus van alles

Officieel was hij de accountmanager, lid van het MT en coördineerde hij de planbare aanvragen voor luchtsteun. In de praktijk is hij, zegt hij zelf met een glimlach, steeds meer de manus van alles. “We hebben geen beleidsmedewerker, geen bedrijfsvoeringsspecialist. De accountmanager vult veel gaten.” Hij kent daardoor iedereen. De vliegers, de waarnemers, de technische dienst, het team luchtvaarttoezicht, het Team Onbemande Luchtvaart, het bedrijfsbureau en de ICT-collega’s. “Ik zwerm daar lekker tussendoor, ik heb contact met alle teams. Dat maakt het dynamisch.”
Tijd voor collega’s
Na wat interne verschuivingen van taken werkt Rob nog twee dagen per week voor de afdeling Luchtvaart. Dat laat ruimte voor andere activiteiten, zijn twee neventaken. Eén dag per week besteedt hij aan zijn werk als pensioenambassadeur. Hij helpt collega’s met vragen over het nieuwe pensioenstelsel, neemt keuzes met hen door en maakt financiële berekeningen. Wat betekent eerder stoppen? Wat houdt dat per maand in? “Heel dankbaar werk. Collega’s zijn vaak positief verrast over wat er te kiezen valt.” De andere dag besteed hij aan zijn werk als vertrouwenspersoon. Het aantal meldingen neemt nog steeds toe. “Je zou verwachten dat het na de reorganisatie minder zou worden, maar het tegendeel is waar. “Je komt soms collega’s tegen die op een minder prettige manier dreigen naar het einde van hun loopbaan te gaan. Dan denk je: dit moet toch, voordat je met pensioen gaat, uit de wereld geholpen worden. Er is nog best nog wat werk aan de winkel.”
Daarnaast is hij lid van een Lions Club, vervult hij een functie bij een voetbalvereniging en is hij mantelzorger voor zijn 92-jarige moeder. Met pensioen gaan is nog niet aan de orde. Hij gaat graag nog drie jaar door. “Ik ben niet het type dat nu al met pensioen wil. En daarna ga ik niet achter de geraniums zitten.”
Als je hem vraagt welke functie in die 45 jaar het leukst was, kiest hij niet. “Ik heb het geluk gehad dat er geen enkele dag is geweest waarop ik met tegenzin naar mijn werk ging. Dat is een groot goed. Ik spreek regelmatig mensen die dat anders hebben ervaren.” Vanochtend nog kreeg hij een mailtje van een collega die hij begeleidde na een arbeidsconflict. Maanden ziek thuis, nu eindelijk een geschikte plek gevonden om te re-integreren. Dolblij “Dat geeft energie.”
Al 30 jaar lid
Rob is al zo’n 30 jaar lid van politievakbond ACP-CNV. Niet om op de barricades te staan op het Malieveld, zegt hij. “Zo’n type ben ik niet. Maar ik vind het wel fijn en belangrijk dat andere collega’s daar wel staan. Als ik zie wat er bij cao-onderhandelingen voor ons uitonderhandeld wordt, dan ben ik vaak onder de indruk van het bereikte resultaat. Ik ken zelf niet alle regels en wetten. Dan is het fijn dat je mensen achter je hebt staan die dat wel weten. Rechtspositioneel, arbeidsvoorwaarden, gezondheid en arbo. Volgens mij mogen we niet mopperen binnen de politie.”
“Geluk zit in kleine dingen. En ik ga, zoals al eerder aangegeven, in ieder geval al 45 jaar geen dag met tegenzin naar mijn werk.”
The post Accountmanager Luchtvaart Rob Koole: “In 45 jaar geen dag met tegenzin naar mijn werk” first appeared on Politievakbond ACP – CNV.
Source: Politie










