‘Ik dacht: wat doet zo’n vakbond eigenlijk voor de politieorganisatie?’

Na 48 jaar bij de politie nam Ton Boerrigter afscheid van de politie. Helemaal loslaten deed hij het politiewerk niet. Hij bleef actief voor de ACP-CNV, onder meer binnen ACP Plus en het eenheidsbestuur Noord-Holland. Zijn brede ervaring binnen de politie en de medezeggenschap komt hem daarbij goed van pas. “De meeste voldoening haal ik toch uit resultaten.”

Ton Boerrigter begon op jonge leeftijd bij de politie. In zijn lange loopbaan maakte hij vrijwel alle kanten van het politiewerk mee. Van de auto tot de recherche, van leidinggevende functies tot plaatsvervangend teamchef. Ook binnen de medezeggenschap deed hij veel ervaring op. Zo was hij actief binnen een ondernemingsraad en werd hij uiteindelijk afgevaardigd naar de Centrale Ondernemingsraad.

Na 48 jaar nam Ton afscheid van de politieorganisatie. Inmiddels geniet hij samen met zijn vrouw van meer vrije tijd en van hun huisje in Putten. Maar zijn betrokkenheid bij de politie en zijn collega’s is gebleven.

Hij is actief binnen ACP Plus, waar hij zich richt op de belangen van politiemensen van 55 jaar en ouder en gepensioneerde collega’s. Daarnaast maakt hij deel uit van het eenheidsbestuur Noord-Holland. Ook na zijn afscheid blijft hij zo betrokken bij wat er binnen de organisatie speelt en bij de belangen van collega’s.

Een rapport dat nooit een rapport werd

Zijn eerste kennismaking met de kracht van de vakbond dateert al uit zijn jonge jaren. Ton werkte in Haarlemmermeer, waar in die tijd vanwege spanningen rond vluchten van El Al extra beveiligingsmaatregelen golden op en rondom Schiphol. Hij werd ingezet voor de buitenbewaking. Op een dag kwam er een melding dat Ton en zijn collega niet op tijd op de afgesproken plek aanwezig waren geweest. Volgens Ton klopte dat niet: ze waren wel degelijk op tijd, maar waren kennelijk niet gezien door de adjudant die controleerde of iedereen aanwezig was. Toch volgde er een rapport.

Ton liet het er niet bij zitten. Hij zei tegen zijn leidinggevende: “Ik ben lid van de vakbond, ik ga dit met hen bespreken.” De reactie verraste hem. De adjudant keek bezorgd en zei: “Boerrigter, laat dit een waarschuwing zijn.” Vervolgens scheurde hij het rapport voor Ton zijn ogen kapot. Dat moment maakte indruk. “Toen dacht ik: wat doet zo’n vakbond eigenlijk binnen een politieorganisatie? Blijkbaar kan een vakbond echt iets betekenen voor een collega.” Die ervaring bleef hem bij. De jaren daarop zou hij zelf actief worden binnen het vakbondswerk en collega’s als belangenbehartiger gaan bijstaan.

Van medezeggenschap naar belangenbehartiging

Later in zijn loopbaan werd Ton steeds actiever in de medezeggenschap. Hij was onder meer voorzitter van de ondernemingsraad in Kennemerland en werd actief als individueel belangenbehartiger (IBB’er).

Een IBB’er staat collega’s bij wanneer zij op het werk of in hun persoonlijke situatie tegen een probleem aanlopen dat gevolgen heeft voor hun werk. De belangenbehartiger luistert, denkt mee, kent de politieorganisatie en kijkt samen met de collega welke oplossing mogelijk is. Waar nodig kan een collega worden doorverwezen naar de juiste ondersteuning of expertise binnen de bond.

In die rol kreeg Ton met allerlei situaties te maken. Soms waren die ingewikkeld, soms kon een gesprek al veel oplossen. “Je moet eerst het hele verhaal kennen. Wat is er gebeurd? Wat speelt er? Wat is de achtergrond? Daarna kun je pas bepalen wat je voor iemand kunt betekenen.” Dat betekent volgens Ton niet dat een vakbond een collega altijd koste wat kost moet beschermen. “Als iemand voor de vijfde of zesde keer over de schreef gaat en ik weet dat er veel meer aan de hand is, dan kan het ook zijn dat ik zeg: pak dit maar. Een vakbond moet niet automatisch alles voor iemand oplossen. Als een maatregel terecht is, moet je daar ook eerlijk over zijn.” Juist die manier van werken vindt hij belangrijk. Eerst luisteren, de situatie begrijpen en vervolgens kijken wat nodig en redelijk is.

Soms is een gesprek sterker dan een procedure

Ton had in zijn verschillende rollen veel contact met leidinggevenden. Als voorzitter van de ondernemingsraad, maar ook vanuit zijn eigen ervaring als leidinggevende, wist hij hoe belangrijk het is om elkaar te kennen en te begrijpen wat er aan beide kanten speelt. In de loop der jaren bouwde hij daardoor een groot netwerk op binnen de organisatie.

“Als je elkaar kent, kun je soms een probleem gewoon uitpraten. Dan kun je wegblijven van procedures.” Die manier van werken paste bij Ton. Eerst met elkaar om tafel, de situatie goed bekijken en proberen er samen uit te komen. Zijn kennis van de organisatie en de mensen die er werkten, hielp daarbij. Tegelijkertijd zag hij de politieorganisatie veranderen. De organisatie werd groter en leidinggevenden kregen steeds meer management- en administratieve taken. Daardoor ontstond volgens Ton meer afstand tot de werkvloer. “Vroeger kende je elkaar veel beter. Nu zit er veel meer management en administratie bij. Dat maakt het soms lastiger om de verbinding met de werkvloer te houden.”

Gezond de eindstreep halen

Daarom vindt Ton het belangrijk dat er aandacht blijft voor politiemensen die richting het einde van hun loopbaan gaan. Binnen ACP Plus houdt hij zich onder meer bezig met de belangen van de groep van 55 jaar en ouder. Een belangrijk thema is volgens hem hoe mensen gezond en met plezier hun loopbaan kunnen afronden. “Je ziet dat mensen langer moeten doorwerken. Tegelijkertijd is het politiewerk zwaar. Dan moet je ook met elkaar kunnen bespreken wat iemand aan het einde van zijn loopbaan nog wel en niet kan doen.” Dat vraagt volgens Ton iets van zowel de medewerker als de leidinggevende. Want als iemand bepaalde zware of operationele taken niet meer kan uitvoeren, heeft dat ook gevolgen voor de bezetting. “Je moet samen kijken: hoe kunnen we ervoor zorgen dat iemand wel goed en met plezier blijft werken?” Ook de ontwikkelingen rond het nieuwe pensioenstelsel zijn belangrijk voor deze groep. “Het gaat niet alleen om mensen die al met pensioen zijn. Ook voor iemand van 55 of 60 kan zo’n verandering belangrijk zijn. Wij moeten als bond signaleren wat er speelt en ervoor zorgen dat dit op tijd wordt meegenomen.”

Waarom zou je vrijwilliger worden?

Voor Ton is dat ook een belangrijke reden om actief te blijven binnen de vakbond. Je houdt contact met de werkvloer, blijft op de hoogte van wat er speelt en kunt je kennis inzetten voor collega’s. Maar het vrijwilligerswerk levert je zelf ook iets op. Als IBB’er kreeg Ton verschillende cursussen aangeboden over wet- en regelgeving die relevant is voor het vakbondswerk. Daardoor heeft hij waardevolle kennis opgebouwd waarmee hij collega’s beter kan ondersteunen. Daarnaast is hij goed voorbereid wanneer hij namens een politiecollega het gesprek aangaat. Die mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen vindt Ton een belangrijk voordeel van vrijwilligerswerk. Je leert onderwerpen kennen die je in je dagelijkse politiewerk misschien niet vanzelf tegenkomt en krijgt daardoor een bredere kijk op het vak en de organisatie. En minstens zo belangrijk: als vrijwilliger blijf je volgens Ton dicht bij de werkvloer. Dat is van grote waarde voor de vakbond. “Je moet mensen hebben die op de werkvloer horen wat er gebeurt. Als niemand iets verteld, weet de bond het ook niet.” Voor Ton is dat de kracht van vrijwilligers binnen de bond: mensen die weten wat er speelt en die de kennis hebben om daar iets mee te kunnen doen.

“Als je ervaring hebt en je wilt iets voor collega’s betekenen, waarom zou je die kennis dan niet inzetten? Je kunt echt verschil maken.”

Resultaat geeft voldoening

Uiteindelijk is er voor Ton één ding dat het meeste voldoening geeft: resultaat. “De meeste voldoening haal ik toch uit resultaten.” In zijn jaren als belangenbehartiger heeft hij verschillende situaties meegemaakt waarin collega’s dreigden vast te lopen. Soms kon hij door een goed gesprek, kennis van de regels en het kennen van de organisatie iets voor iemand betekenen. Dat zijn de momenten die blijven hangen. “Je hebt in al die jaren een aantal zaken die je bijblijven. Omdat je weet: daar heb ik echt iets voor die collega kunnen betekenen.” Voor Ton is dat de kern van vakbondswerk. Niet alleen vertellen waar iemand recht op heeft, maar naast iemand staan, goed luisteren en zoeken naar een oplossing. “Je hoeft niet altijd de grootste strijd te voeren. Soms bereik je meer door goed met elkaar in gesprek te gaan. Maar je moet er wel staan als het nodig is.” En daarom blijft Ton zich inzetten. Voor collega’s die nog midden in hun loopbaan staan, voor politiemensen die nadenken over de laatste jaren van hun carrière en voor gepensioneerde collega’s die betrokken willen blijven bij het politievak.


Wil jij ook vrijwilliger worden bij Politievakbond ACP-CNV? Kijk dan op deze pagina.

The post ‘Ik dacht: wat doet zo’n vakbond eigenlijk voor de politieorganisatie?’ first appeared on Politievakbond ACP – CNV.

Source: Politie