Bryan: “Ik laat me niet snel gek maken”

Een warme dag met een jonge agent uit Noord-Drenthe, vlak voordat de TT Assen losbarstte

De ochtend hangt nog laag over het TT-circuit. Het asfalt dampt al, terwijl er nog geen motor te horen is. Geen tribunes vol mensen, geen geur van verbrand rubber. Alleen een eindeloze zwarte vlakte en een politieauto die ernaast staat alsof hij de stilte bewaakt. Bryan stapt uit en kijkt. Niet gehaast. Niet zoekend. Gewoon kijken. “Over een paar dagen herken je dit niet meer terug,” zegt hij. “Dan staat hier alles op z’n kop. Mooi man.”

Het is eind juni. Warm. De TT moet nog beginnen, maar je voelt ‘m al in de lucht. Inmiddels is dat weekend voorbij. De motoren zijn vertrokken, de hekken weer weg. Maar die ochtend, toen we met Bryan meeliepen, was alles nog belofte.

Bryan is 28. Woont in Groningen. Is getrouwd en werkt bij Basisteam Noord-Drenthe, bureau Vries. “Het buitengebied. We hebben Assen, Gieten en Vries. En hier zit ik echt op mijn plek.” Hij is in januari 2025 afgestudeerd aan de Politieacademie. Nog een half jaar, dan is hij officieel vakbekwaam. Maar vakbekwaam of niet: hij draait volledig mee in de noodhulp. “Je weet nooit wat een dag brengt. En dat is precies wat het leuk maakt.” Vandaag rijden we met hem mee. Politievrijwilliger Bert zit erbij. Twee generaties in één auto. Het verschil merk je alleen als Bert over vroeger begint. Verder is het gewoon: rijden, praten, luisteren. Bryan achter het stuur. Rustig. Hij laat de dag op zich afkomen.

Vier keer solliciteren

Dat hij hier zit, was geen rechte lijn. “Als klein jongetje wilde ik al bij de politie. Dat zegt iedereen, maar bij mij was het echt zo.” Op zijn achttiende solliciteerde hij. Afgewezen. Te jong, te weinig levenservaring. Twee jaar later opnieuw. Afgewezen bij de briefselectie. Daarna Amsterdam. “Daar haalde ik de cognitieve capaciteitentest niet.” Hij laat het los, gaat werken en komt bij de Belastingdienst terecht. “Prima baan. Maar het bleef kriebelen.” Dus nog één keer. Vierde poging. “En toen ging het ineens heel snel.” De intake is een goed gesprek. Daarna vliegt hij door de selectie. “Dat had ik niet verwacht. Ik dacht dat ik bij het psychologisch onderzoek zou stranden.”

De opleiding

De opleiding kent vooral één kenmerk: het tempo ligt hoog. “Er zit ontzettend veel lesstof in een korte periode.” Sommige onderdelen krijgen volgens hem voldoende aandacht, andere juist te weinig. Het opnemen van aangiftes is daar een voorbeeld van. “Dat is de basis van het politiewerk. Daar kregen we twee à drie weken les in, en daar moest je het mee doen. Dat vind ik te weinig.” Hetzelfde geldt voor de Opiumwet, de Wet wapens en munitie en het voeren van slechtnieuwsgesprekken. “Zo’n gesprek voer je met een buddy. Als jij het niet voert, blijft het bij die ene oefening.” Hij zegt het zonder verwijt, meer als nuchtere constatering. “Achteraf had ik best nog een jaar langer op de academie willen zitten.”

Eerst de straat op

Na de academie mag hij meteen de straat op. Precies wat hij wil. “Je wilt ervaring opdoen. Je wilt actie.” De eerste diensten: alles is nieuw, alles is echt. Dan volgt het bericht: drie periode’s crime team. Binnen. “Ik had er eerlijk gezegd niet zoveel zin in. Ik dacht: verdachten horen, dossiers maken. Ik wil buiten zijn.” Toch draait dat beeld snel bij. “Ik heb er ontzettend veel van geleerd. Hoe onderzoeken zijn opgebouwd. Hoe systemen werken. Hoe informatie wordt gebruikt. In de noodhulp zie je dat nauwelijks.” Toch is hij blij als hij terug mag. “De straat is waar ik hoor. Daar gebeurt het.” Wel vindt hij het opvallend dat nieuwe collega’s soms direct bij een crime team beginnen. “Laat iemand eerst landen in een basisteam. Dat lijkt mij logischer.”

Nachtdiensten

Inmiddels draait Bryan vrijwel alleen noodhulp. “We hebben simpelweg te weinig capaciteit voor andere dingen.” Dat betekent veel nachtdiensten. “Na drie nachten heb je echt een paar dagen nodig om bij te komen. En ik ben pas 28.” Daar komt verandering in. In Drenthe gaan er ’s nachts minder noodhulpauto’s rijden. “Dat scheelt heel veel nachtdiensten per jaar. Dan hoeven we waarschijnlijk nog maar twee nachten achter elkaar te draaien. Daar ben ik wel blij mee.” Soms hoort hij oudere collega’s zeggen dat er vroeger niet werd geklaagd. “

“Wat had ik zelf redelijk gevonden?”

Onderweg valt één ding op: Bryan blijft opvallend kalm. Hij helpt bij een gevallen vrouw, spreekt een te hard rijdende automobilist aan en treft een onverzekerde bestuurder. Steeds hetzelfde patroon: rustig, duidelijk, zonder stemverheffing. Hij omschrijft zichzelf zo. “Makkelijk benaderbaar. Ik laat me niet snel opfokken. Ik denk dat ik de-escalerend ben.” Bekeuringen zijn niet het uitgangspunt. “Ik kijk eerst naar de situatie. Wat had ik zelf redelijk gevonden als ik aan de andere kant had gestaan?” Collega’st dat met collega’s. “Dan denk ik: waarom reageer je zo boos? Vaak kunnen mensen er zelf ook weinig aan doen.”

De N34 en de IC

Heftige dingen maakt hij ook mee. Kort na de opleiding is hij bij een ernstig ongeluk op de N34. Kinderen zijn betrokken, meerdere mensen raken zwaargewond. “Ik dacht echt dat er iemand voor mijn ogen zou overlijden.” Een maand later overlijdt een familielid op de intensive care in Groningen. Bryan is aan het werk en rijdt in uniform naar het ziekenhuis. “Ik liep met mijn oma over de IC. Ik keek een kamer binnen en zag daar een vrouw liggen. Zij keek mij aan en ik keek haar aan.” Later beseft hij dat het dezelfde vrouw is die hij eerder in de auto heeft zien zitten. “Voor mij was dat heel bijzonder.” Wat hem het meest raakt, zijn niet de incidenten zelf. “Maar het verdriet van andere mensen. Slechtnieuwsgesprekken voeren. Dat blijft hangen.”

Altijd willen groeien

In de praktijk leert Bryan veel, maar kritisch is hij ook. “Als ik eerlijk ben, is er van de begeleiding naar vakbekwaamheid niet zoveel terechtgekomen.” Het traject is volgens hem beperkt. “Als dat alles is, dan denk ik: succes. De verantwoordelijkheid ligt volledig bij jezelf.” Hij heeft wel een coach, een ervaren collega. “Daar kan ik altijd terecht.” Maar feedback moet hij vaak zelf zoeken. “Veel collega’s zeggen: het gaat goed. Maar ik wil weten wat beter kan.” Daarom is hij ook lid van de vakbond. “Je moet achteraf verantwoording kunnen afleggen. Zonder juridische kennis sta je al snel met 2-0 achter.” Voor later denkt hij aan een rol als praktijkbegeleider of examinator.

TT-weekend

Een paar dagen voor de TT kijkt Bryan vooruit. “Vooral drukte. Maar ook iets waar we ieder jaar naar uitkijken.” Tijdens de TT werken agenten in groepen van vier, met collega’s uit heel Noord-Nederland. “Dat geeft een mooi gevoel van samenwerken.” Na het weekend komt de rust terug. Maar de diensten blijven hangen. “Als iemand een heftige dienst heeft gehad, wachten de collega’s je op.. Dan vragen ze hoe het gaat. Dat waardeer ik enorm. We hebben echt een hecht team.”

Dicht bij jezelf blijven

Zijn advies aan jongeren is simpel. “Blijf dicht bij jezelf. Geef niet op. Ik heb vier keer gesolliciteerd.” Aan het eind van de dag staat hij weer bij het circuit. De hitte trekt uit het asfalt. Straks staat het hier vol. Nu is het stil. Bryan leunt tegen de auto en kijkt nog één keer. “Je weet nooit wat een dag brengt.” Vlak voor de TT klinkt dat niet als een waarschuwing, maar als iets waar hij naar uitkijkt.

The post Bryan: “Ik laat me niet snel gek maken” first appeared on Politievakbond ACP – CNV.

Source: Politie